Ontdek je planeet.nl

Ons melkwegstelsel

Het is voor astronomen niet gemakkelijk geweest zich een beeld te vormen van de structuur van de Melkweg, de Aarde maakt er zelf deel van uit. Ook wordt ons zicht op grote delen ervan verhinderd door interstellaire stofwolken. Na lange tijd is men er uiteindelijk toch in geslaagd zich een redelijk nauwkeurig beeld te vormen van deze structuur. Onderzoek naar de structuur van de Melkweg werd onder meer gedaan door William Herschel, Jacobus Cornelius Kapteyn en Jan Hendrik Oort.

Als we de Melkweg van opzij zouden kunnen zien, zou deze eruit zien als een schotel met een verdikte kern . De galactische schijf heeft een diameter van 100 000 - 120 000 lichtjaren, de dikte is buiten de verdikking ongeveer 3000 lichtjaren. De Melkweg is samengesteld uit ten minste 200 miljard sterren. Waarschijnlijk zijn er nog 400 miljard sterren die we niet hebben bekeken.

Het stelsel bevat oude en nieuwe sterren, stof en moleculaire gaswolken. Het bestaat uit een centrale verdikking (bulge), een schijf met vier grote en enkele kleinere 'spiraalarmen' en een halo.

De centrale verdikking van de Melkweg is waarschijnlijk balkvormig en geelwit van kleur. Deze heeft een diameter van ongeveer 20 000 lichtjaar en een dikte van ongeveer 6000 lichtjaar en bevat naar schatting 50 miljard sterren in een dichte concentratie.

In het centrum van de Melkweg bevindt zich hoogstwaarschijnlijk een superzwaar zwart gat, Sagittarius A. Deze is echter niet heel actief op dit moment, en neemt weinig materie op de laatste tijden.

De halo is een 'bolvormige ruimte' om de Melkweg heen. Daarin bevinden zich relatief kleine bolvormige sterrenhopen, elk bestaande uit zo'n 100 000 zeer oude sterren. Door onderzoek ontdekten astronomen dat de samenstelling van die sterren verschilt van die van de galactische schijf. Men spreekt hier van zogenaamde Populatie II sterren.

Ons zonnestelsel bevindt zich in de galactische schijf, ongeveer halverwege het centrum en de rand van de Melkweg. Er is sprake van differentiële rotatie, wat wil zeggen dat de Melkweg niet als een wiel om haar centrum draait, maar dat omloopsnelheid van objecten in het stelsel afneemt naarmate zij verder van het centrum verwijderd zijn.